Heerenveen, 1951 Gonda van der Zwaag laat zich direct inspireren door de natuur. Zo gebruikt zij onderdelen van dieren, zoals horens, botten, schelpen, en veren. Die vondsten combineert zij vaak met delen van boomstammen, takken of stenen. Bij het samenstellen van haar beelden laat zij zich leiden door de beeldende aspecten van de materialen zelf, zoals vorm en kleur en geeft deze aspecten via het oog van de kunstenaar extra dimensie.