Frank Tarenskeen (1957)
studeerde tekenen aan de lerarenopleiding (tehatex) in Nijmegen en aan de Academie voor Beeldende Kunst Arnhem. Zijn werk is kleurrijk en decoratief, levendig en expressief maar ontaardt nergens in oppervlakkigheid.
Naast zijn werk als beeldend kunstenaar is hij docent Beeldende Vorming aan HAVO Notre Dame des Anges in Ubbergen.
Sinds 2009 studeert hij filosofie aan de Universiteit Utrecht.
Zijn thema’s: (geabstraheerde) landschappen, portret, figuur, en de laatste jaren ook tuinen waarover de kunstenaar zelf zegt: “De Hof van Eden was een tuin, en het verlangen naar die tuin en het verdriet naar die teloorgang zijn gebleven sinds de mens er uit weggegaan is. Een tuin in bloei is van een ongelofelijke schoonheid en schenkt veel vreugde, en doet tegelijkertijd dat verlangen ontwaken. En is heerlijk om te schilderen.”
Eigen teksten over ver het werk.
Uiteindelijk gaat het werk over vrijheid, schoonheid, liefde en onschuld: zou dat te zien zijn? Het gaat over stillevens, landschappen; en over de materie, verf, doek; over lijn, kleur, vlak, ritme, spanning, ordening, wankel evenwicht; heel klassiek eigenlijk. Het is niet ui te leggen. Ik twijfel of ik het zelf wel begrijp. Het is zo geheimzinnig, maar dat doet er niet toe. De wereld is hectisch, overvol, chaotisch, bedreigend; het is misschien zot om te denken dat zoiets ongrijpbaars als een schilderij de mens een houvast, stilte, hoop, wat vreugde kan bieden maar ik moet daar in geloven. Het is geen amusement dat passief ondergaan wordt en slechts dient om te behagen, als verstrooiing. Kunst is confronterend, je moet het grijpen. Het is als een gebed. (1987)
In de eerste jaren na de Academie tekende en schilderde ik voornamelijk portretten en modellen, fel van kleur, tot er zich in 1986 een verandering voordeed in de vorm en intentie van het werk. Horizontalen en verticalen, ‘blokken’, gingen het beeld bepalen. Kleur bleef belangrijk. Het landschap veroorzaakte, vooral in 1987, een temperen van de kleur en voor een hoge mate van abstractie. In 1988 wordt de kleur weer feller, in een serie werk met als onderwerp het dagelijkse leven, de stad. Zomer 1989 keert de figuratie weer duidelijk terug: model/naakttekeningen, schilderijen en grafiek. (1989)
Er is ontstaan een slingerbeweging tussen gestrengheid en speelsheid, tussen vernieuwen en teruggrijpen. Er is de wrijving tussen afbeelding en abstractie, met soms momenten van harmonie en stilte. Nu de ontwakende lente, de warme zinnelijkheid van vorm en kleur, en de koelte van de definiërende lijn, scherp als het scalpel van de chirurg. (1990)
Ik zag de afgelopen zomer vrouwen en kinderen aan een rivier met zand en water spelen. Paradijselijke onschuld en harmonie. Ik heb getekend en geschilderd. Een klassiek gegeven, maar mooi, ik heb het zelf gezien. Mede hierdoor is het landschap terug in mijn werk, ook als zelfstandig motief. (1990)
Niet met verf je schilderijen vullen, maar met liefde. Een goed schilderij is een daad van mededogen. (1991)
Ik heb een tijdlang gezocht in de diepten van de zee van mijn bewustzijn, op vele niveaus. Maar vergeef mij: ik ben tot de conclusie gekomen dat ik aan de oppervlakte het beste kan ademhalen. Noem derhalve gerust oppervlakkig! En wat ‘inhoud’ betreft: een minimale inhoud heeft het meeste kans binnen te dringen waar geen ruimte is! Praat me dus niet van ‘diepere’ inhoud: wat heb ik daarmee te maken… (1993)
LATEN ZIEN! LATEN ZIEN!
Het onmogelijke? Kijken met je eigen ogen.
Kunst ontstaat vanuit het verlangen naar het onmogelijke, niet vanuit het gebruiken van mogelijkheden.
Laten zien wat je ziet hoe je het ziet.
Kennis is onmogelijk.
Maken is losmaken
De lijn als membraan tussen binnen en buiten
Het penseel laten zingen
Kunst bestaat niet- het echte raadsel is het leven zelf
Ik teken en schilder voor goede en gulle mensen met open ogen en een open geest.
Eén klein gaatje in de hemelpoort te maken om naar binnen te kunnen gluren..
Waarachtigheid/waarheid/werkelijkheid? Een onbeholpen, maar (hopelijk) oprechte benadering.
(1995-2003)
Geen twijfel- geen vrijheid. Wat ik maak dat ben ik zelf…..niet. De wereld van kleuren en vormen is een wondere wereld. Maar er moet welwillend gekeken worden, en dat gebeurt maar zelden. (2006)
